Containerpontons IJmeer
A.Hak Leidingbouw is verantwoordelijk voor het aanleggen van de warmtetransportleiding van Diemen naar Almere. Aangezien de leiding onderwater wordt aangelegd, is Van Schie ingeschakeld voor het leveren van pontons. In totaal heeft Van Schie 42 containerpontons geleverd.
Voor de bouw van de Energiecentrale in Diemen van Nuon moet een warmtetransportleiding op een tracé van 8km aangelegd worden. Het tracé loopt door het IJmeer tussen Diemen en Almere. Vooraf is de situatie weergegeven in een 3D tekening, waardoor alle partijen een goed inzicht in de situatie kunnen krijgen.
Voor dit project is een pontoneiland gemonteerd met 42 containerpontons en 88 koppelblokken. De pontons zijn verdeeld in 30 containerpontons van 12 meter en 12 pontons van 6 meter. De pontons worden aan elkaar bevestigd met koppelingen. Deze koppelingen zijn door Van Schie zelf ontwikkeld en bestaan uit zogenaamde koppelblokken. Deze blokken schuiven in het ponton en worden met zware koppelpennen verticaal aangebracht. De oppervlakte van het eiland is 72x15=1.080 vierkante meter. Het maximale draagvermogen van het eiland is 750 ton. Het pontoneiland is uitgerust met twee 12 meter lange spudpalen met een diameter van 60 centimeter, welke met een elektrische lier worden bediend. Daarnaast is er door Hak een speciaal ontwerp gemaakt om de constructie voor de pijpleidingen aan de pontons te kunnen koppelen. Elk ponton bestaat uit drie compartimenten met mangaten, zodat afballasten mogelijk is. Bij dit project zijn er twee pontons aan de overzijde van de constructie volledig gevuld met water. Deze samenstelling is geïnspecteerd door Rijkswaterstaat en nadien is er een communautair binnenvaartcertificaat uitgereikt voor deze samenstelling van pontons.
De pijpleiding, die nu nog in stukken van 500 meter aan de oppervlakte van het water ligt, wordt door de twee hijskranen (met elk een gewicht van ongeveer 60 ton) op de gele constructie gehesen. Als de twee stukken leiding op de constructie liggen, worden deze aan elkaar gelast. Dit proces herhaalt zich om de 500 meter tot het hele tracé voorzien is van de warmtetransportleiding. Uiteindelijk zal de leiding worden verzwaard en op de bodem van het water komen te liggen, waar de sleuven al gegraven zijn.


